Een netwerk van stoomtramlijnen in de Achterhoek en Twente
Van 1880 tot 1910
Samen met het netwerk van lokaalspoorwegen ontstond een dicht netwerk van stations en laad- en losplaatsen, waar brandstofhandelaren en landbouwcoöperaties een aansluiting hadden. Dit netwerk voorzag elke vijf à tien kilometer in een spooraansluiting aan een spoor- of tramlijn. Brandstof en landbouwproducten hoefde je daarmee nooit ver te halen. In de jaren ’20 en ’30 was dit alles net zo vanzelfsprekend als tegenwoordig de tankstations en één of meer supermarkten, die ook in elke kleine plaats te vinden zijn. Daarbij bestond er (in heel Nederland) een bijzonder uitgebreid bezorgsysteem: kolenhandelaren, melkboeren, groenteboeren, slagers en winkelcoöperaties bezorgden hun producten desgewenst huis-aan-huis. De huisvrouw van begin 20e eeuw hoefde beslist niet vaak en ver van huis om haar huishouden te verzorgen!
Overzicht van particuliere tramwegmaatschappijen
NWSM – Nederlands Westfaalsche Stroomtram-Maatschappij
TET – Twentsche Electrische Tramweg-Maatschappij
GOSM – Geldersch-Overijsselsche Stoomtram-Maatschappij
GPM – Gorsselsche Paardentram-Maatschappij
TMDG – Tramweg-Maatschappij “De Graafschap”
ZE – Tramweg- Maatschappij Zutphen-Emmerik
GrT – Groenlosche Tram
GWSM – Geldersch-Westfaalsche Stoomtram-Maatschappij
GSM – Geldersche Stoomtramweg-Maatschappij
BSM – Betuwsche Stoomtramweg-Maatschappij
GETA – Gemeente Electrische Tram Arnhem
SBW – Stoomtram Borculo-Winterswijk (geprojecteerd 1910-1914, niet aangelegd)
Netwerkkaart van spoor- en tramwegen in Oost-Nederland uit 1910:
Lees ook de andere items: