Opkomst vervoer over de weg

De opkomst van het vervoer over de weg

Periode van 1920 tot 1940

ford-t-1923 In de jaren 20 waren de vrachtauto en de autobus in opkomst. Allerlei vervoerbedrijven en -bedrijfjes gingen de concurrentie met de spoorwegen aan. Vrachtauto’s brachten de goederen bij de bedrijven aan de deur. Autobussen reden lang niet altijd volgens een dienstregeling (wilde bussen), maar in elk geval wel op tijden dat het druk was. En dat alles tegen veel lagere tarieven dan bij de spoorwegen. Regelingen inzake veiligheid, rij- en rusttijden en tarieven waren zeker in het begin nog niet aan de orde. Vooral de kleinere spoorverbindingen, de lokaallijnen, waar het vervoer altijd wat minder omvangrijk was, hadden van deze concurrentie te lijden.
De oorzaak van deze neergang was ook, dat de spoorwegen de concurrentie niet hadden voorzien. Men was gewend aan de monopoliepositie voor alle vervoer. Een goederenwagen kon met alle bijbehorende oponthoud en rangeerbewegingen enkele dagen onderweg zijn. streek-ford-t-oplegger In de jaren 20 verdween de particuliere exploitatie van spoorwegen: vanaf 1918 presenteerden de HIJSM en de SS zicht als de ”Nederlandsche Spoorwegen”. De GOLS en de NWS maakten op dat moment nog veel winst, maar werden in 1928 resp. 1930 geliquideerd, dat wil zeggen te gelde gemaakt; de eigendommen gingen over naar de Nederlandse Staat. Op deze wijze hoefde de HIJSM niet langer de jaarlijkse pacht op deze spoorwegen te betalen.

zutphen-1934 Voor het reizigersvervoer op de lokaallijnen schaften de spoorwegen meestal geen nieuw materieel aan: hier reden veelal oudere locomotieven en rijtuigen, die voor het lange-afstandenverkeer waren afgedankt. Veel comfort was er niet, en de snelheid bedroeg maximaal 60 km/uur. Bij dit niveau van dienstverlening kon de treindienst de concurrentie met de busdiensten niet aan. In 1929 brak de economische crisis uit, en het vervoer van reizigers en goederen daalde zodanig dat vele lokaallijnen de klap niet overleefden. In de jaren ’30 werden in heel Nederland vele honderden kilometers lokaalspoorweg opgeheven. Dit trof ook de GOLS-lijnen in de Achterhoek en Twente.

wooldstraat-ford-t In 1935 werd het reizigersvervoer tussen Neede en Hellendoorn gestaakt, al spoedig gevolgd door de de staking van de dienst Varsseveld – Dinxperlo. Vervolgens verviel in 1936 het reizigersverkeer van Boekelo naar Hengelo, en in 1937 sneuvelden de GOLS-lijnen Winterswijk – Neede, Doetinchem – Neede en Neede – Enschede. Alleen de lijn Winterswijk – Arnhem bleef vooralsnog open voor reizigersverkeer. Vervoer van goederen bleef wel bestaan op de voormalige lokaallijnen, in de vorm van dagelijkse konvooien naar bijvoorbeeld Zelhem, Haaksbergen of Borculo. Met de konvooien werden o.a. landbouwcoöperaties en kolenhandelaren bediend. De lokaaltreinen kregen in 1937 een opvolger in de vorm van busdiensten van de Geldersche Tramwegen. arink-bus-chauffeur Voor de GTW betekende de overname van het vervoer naar Twente een enorme uitbreiding van haar net van buslijnen. In Winterswijk werd als gevolg van de veranderingen het nodige gesaneerd. In 1936 werd het station GOLS voor de reizigersdienst opgeheven, nadat in 1928 het GOLS-locdepot reeds was gesloten. De lijnen uit Neede en Zevenaar werden met nieuwe toegangssporen op het station Winterswijk NWS aangesloten, waarmee aan de zuidzijde van dit station de kenmerkende, zeer scherpe boog voor de treinen naar en van Arnhem ontstond.

Lees ook de andere items:

Periode tot 1920 Periode na 1940
Winterswijk en postkoetsen
Textielindustrie en steenkool
Netwerk stoomtramlijnen
Spoorlijnen door de streek
Spoorwegemplacement Winterswijk
Spoorwegen in oorlogstijd
Wederopbouw spoorwegen en streekvervoer
Aardgas uit Groningen