Spoorlijnen voor textielindustrie en steenkolen
Periode van 1860 tot 1880
In 1870 publiceerde de Winterswijkse textielfabrikant Jan Willink een brochure, waarin hij pleitte voor de aanleg van een spoorlijn van Zutphen via Winterswijk naar het Ruhrgebied. Hij zag in zo’n spoorlijn een goede verbinding voor de Gelderse Achterhoek en, niet in de laatste plaats, een mogelijkheid om steenkolen voor zijn textielfabriek uit het Ruhrgebied aan te voeren. Deze brochure was het begin van de spoorweggeschiedenis in de Achterhoek. Het was in de tijd dat de exploitatie van spoorwegen in Nederland nog door particuliere bedrijven geschiedde.
|
|
Jan Willink was één van de oprichters van de Nederlandsch-Westfaalsche Spoorweg-Maatschappij (NWS). De NWS legde de spoorlijnen Zutphen – Winterswijk (1878), Winterswijk – Gelsenkirchen (1880) en Winterswijk – Bocholt (1880) aan. Deze lijnen kwamen in exploitatie bij de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij (HIJSM) en bij de Bergisch-Märkische Eisenbahn-Gesellschaft (BME). Aan de zuidzijde van het dorp Winterswijk werd een station aangelegd, dat bestond uit o.a.een stationsgebouw, een goederen- en douaneloods en een locomotievendepot, dat gezamenlijk door de HIJSM en de BME (later de Pruisische Spoorwegen) werd gebruikt.
Het station Bocholt bezit een statig Pruisisch stationsgebouw, dat in 1903 bij de opening van de spoorlijn Empel – Münster het oude gebouw uit 1878 verving. De koperen koepels aan weerszijden van de ingang geven het gebouw een oosters accent. Dit gebouw bestaat heden ten dage nog steeds en is fraai gerestaureerd. Opname 1912.
Het station Borken had een eenvoudig stationsgebouw met een aangebouwde goederenloods, maar het emplacement was vrij uitgebreid met spoorlijnen in vijf richtingen en een afzonderlijk station voor de Westfälische Landes-Eisenbahn, naar Stadtlohn en Ahaus. De perrons waren met een tunnel onderling verbonden. Opname omstreeks 1907.
Lees ook de andere items:
Facebook
Twitter